> Audio van de tekst - Audio del texto https://www.neerlandesparatodos.com/wp-content/uploads/2015/07/8-Wat-doe-ik-in-mijn-vrije-tijd.mp3 Wat doe ik in mijn vrije tijd?Door A. van Drecht, bewerkt door F. García de la Banda Als student heb ik veel vrije tijd. Als ik klaar ben met studeren, kan ik iets leuks gaan doen! In mijn vrije tijd doe ik veel verschillende dingen. Het ligt aan mijn stemming. Als ik moe ben, doe ik liever iets rustigs. Als ik energie heb, wil ik naar buiten. Als ik zin heb om te praten, bel ik een vriendin op. Als ik moe ben lees ik graag. En ook als het slecht weer is [= als het weer slecht is]. Dan is het fijn om thuis op de bank te zitten. Soms kijk ik televisie, maar niet te veel. Er zijn maar weinig leuke programma’s op tv [tevé]. Ook luister ik heel graag naar muziek. Als ik niet vroeg hoef op te staan, gaan we uit. Dan gaan we een biertje drinken in een café. Het is fijn om een hele avond met vrienden te zijn! Er is dan genoeg tijd om samen te praten. Over wat we hebben meegemaakt. De volgende ochtend heb ik dan soms een kater. Dan slaap ik zo veel mogelijk. Maar het leukste van allemaal vind ik naar het park gaan met mijn vrienden. Het moet dan wel lekker weer zijn. We hebben een kleedje om op te zitten. Eén van ons neemt drinken mee. Bijvoorbeeld een fles wijn, of biertjes. Een ander heeft iets te eten, brood en kaas, of een salade. Zo zitten we de hele middag op het gras! We praten wat, we liggen in de zon, we kijken naar de andere mensen in het park.. een perfecte middag! Woordenschatde studentde vrije...
Hans Lodeizen Fragmento del poema 'je hebt me alleen gelaten...' en la Poëzieroute. Hans Lodeizen (Naarden, 20 juli 1924 - Lausanne, 26 juli 1950) was een Nederlandse dichter, die al op 26-jarige leeftijd stierf. Niettemin verwierf hij zich een heel eigen plaats en had hij een vernieuwende invloed op de poëzie in het Nederlands taalgebied. Hij was de auteur van één bundel gedichten en een hoeveelheid nagelaten werk. Hij geldt min of meer als voorloper van de generatie van vijftig, een groep 'experimentele' dichters onder wie Lucebert, Hugo Claus en Gerrit Kouwenaar. Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters, maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. 'De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch,' zo karakteriseert Peter Berger deze poëzie. Zijn werk overleefde verschillende latere stromingen en bleef lang na de jaren vijftig bijzonder geliefd bij generaties jonge lezers, voor wie hij vaak de eerste dichter was met wie ze kennismaakten en in wie ze zich konden herkennen. Lodeizens enige bij zijn leven gepubliceerde bundel Het innerlijk behang (1950) werd tot aan 1990 vijftien keer herdrukt, wat op zichzelf al zijn immense populariteit weerspiegelt. In 1962 verschenen Lodeizens Gedichten als een meer uitgebreide verzameluitgave. Daar kwam later nog zijn Nagelaten werk bij, dat vijf keer werd herdrukt, alvorens in 1996 een definitieve, wetenschappelijke editie Verzamelde gedichten verscheen. Hans Lodeizen (Naarden, 20 de julio de 1924 - Lausana, 26 de julio de 1950) fue un poeta neerlandés que falleció a la temprana edad de 26 años. Con todo, consiguió un lugar completamente propio y tuvo una...
Hendrik Marsman (Zeist, 30 september 1899 - Golf van Biskaje, 21 juni 1940) was een Nederlands dichter, vertaler en literair criticus. Hendrik Marsman is één van de belangrijkste Nederlandse dichters tijdens het Interbellum. Hij is korte tijd werkzaam als advocaat, daarna wijdt hij zich geheel aan de letteren. Hij is één van de weinige vertegenwoordigers in ons taalgebied van het vitalisme en het expressionisme. Marsman brengt veel tijd in Zuid-Europa door, altijd op zoek naar een geestelijk houvast. In 1936 schrijft hij het gedicht ‘Herinnering aan Holland’, dat ruim zestig jaar later wordt uitgekozen tot het gedicht van de eeuw. [uit 'Letterkundigmuseum.nl'] Hendrik Marsman (Zeist, Países Bajos, 30 de septiembre 1899 - Golfo de Bizcaya, 21 de junio 1940) fue un poeta, traductor y crítico literario holandés. Hendrik Marsman es uno de los poetas neerlandeses más importantes del período de entreguerras. Trabajó brevemente como abogado para luego dedicarse por completo a las letras. Es uno de los pocos representantes en nuestra área lingüística del vitalismo y el expresionismo. Marsman pasa mucho tiempo en el sur de Europa, siempre en busca de un sostén espiritual. In 1936 escribe el poema ‘Holanda en el recuerdo’, que después de algo más de sesenta años es elegido el poema del siglo. [de 'Letterkundigmuseum.nl'] Letterkundig Museum – H. Marsman (1899-1940) Letterkundig Museum – H. Marsman (1899-1940) | De Noordzee, Nederland Marsman, een vitalistisch dichter. ‘Groots en meeslepend wil ik leven. Hoort gij dat, vader, moeder, wereld, knekelhuis?’ Marsman behoorde tot de dichters in... rond de groep Forum. Hij werd daar zeer gewaardeerd om zijn levenskrachtige gedichten. In de oorlog was hij in Frankrijk en hij wilde met de boot van Bordeaux naar Engeland ontkomen. De boot echter verging. Niet - zoals veel gedacht...
Dit gedicht werd het eerst gepubliceerd in Avontuur, 1ste jrg., nr. 1, februari 1928, blz. 4. Este poema se publicó por primera vez en la revista Avontuur, año 1, nº. 1, febrero de 1928, p. 4. Paul van Ostaijen – Alpejagerslied Voor E. du Perron Een heer die de straat afdaalt een heer die de straat opklimt twee heren die dalen en klimmen dat is de ene heer daalt en de andere heer klimt vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde hoedemakers treffen zij elkaar de ene heer neemt zijn hoge hoed in de rechterhand de andere heer neemt zijn hoge hoed in de linkerhand dan gaan de ene en de andere heer de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende de rechtse die daalt de linkse die klimt dan gaan beide heren elk met zijn hoge hoed zijn eigen hoge hoed zijn bloedeigen hoge hoed elkaar voorbij vlak vóór de deur van de winkel van Hinderickx en Winderickx van de beroemde hoedemakers dan zetten beide heren de rechtse en de linkse de klimmende en de dalende eenmaal elkaar voorbij hun hoge hoeden weer op het hoofd men versta mij wel elk zet zijn eigen hoed op het eigen hoofd dat is hun recht dat is het recht van deze beide heren Paul van Ostaijen – Canción del cazador alpino Para E. du Perron Un señor que baja la calle un señor que sube la calle dos señores que bajan y subenes decir un señor baja y el otro señor sube justo ante la tienda de Hinderickx y Winderickx justo ante la tienda de Hinderickx y Winderickx de los...
Multatuli is het pseudoniem van Eduard Douwes Dekker, die vooral met zijn roman Max Havelaar of de koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappy (1860) een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Douwes Dekker werkt als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië maar verzet zich fel tegen mistoestanden. Na terugkeer in Nederland wordt hij gedwongen door huwelijks–en financiële problemen de rest van zijn leven in Duitsland door te brengen, waar bewonderaars voor een huis zorgen. [uit 'Letterkundigmuseum.nl'] Multatuli es el seudónimo de Eduard Douwes Dekker, quien ocupa un lugar importante en la historia de la literatura neerlandesa sobre todo por su novela Max Havelaar o las subastas de café de la Compañía Comercial Holandesa (1860). Douwes Dekker trabaja como funcionario de la Administración colonial en las Indias Holandesas (Indonesia) pero se opone enérgicamente a los abusos. A su regreso a Holanda, se ve obligado – por problemas matrimoniales y financieros – a pasar el resto de su vida en Alemania, donde sus admiradores le ofrecen una casa. [de 'Letterkundigmuseum.nl'] MULTATULI – LIED VAN SAÏDJAH Ik weet niet waar ik sterven zal.Ik heb de grote zee gezien aan de Zuidkust,toen ik daar was met myn vader, om zout te maken.Als ik sterf op de zee, en men werpt myn lichaamin het diepe water, zullen er haaien komen.Ze zullen rondzwemmen om mijn lyk, en vragen:'wie van ons zal het lichaam verslinden dat daar daalt in het water?'Ik zal 't niet horen. Ik weet niet waar ik sterven zal.Ik heb het huis zien branden van Pa-Ansoe,dat hyzelf had aangestoken omdat hy mata-glap was.Als ik sterf in een brandend huis,zullen er gloeiende stukken hout neervallen op mijn lyk.En buiten het huis zal een groot geroep zyn van mensen,die water werpen om het vuur te doden.Ik zal...