Seksistish, genderneutraal en inclusief taalgebruik (terminologie)

Bibliografie  (Bibliografía)

‘Mijn zus is brandweersman en mijn broer voedvrouw
> Mijn zus is brandwacht en mijn broer is verloskundige

- Seksisme [Wikipedia]: Seksisme is discriminatie op grond van iemands sekse. Extreme vormen van seksisme zijn vrouwenhaat (misogynie) of mannenhaat (misandrie).
- Seksistisch taalgebruik (= seksistische taal)
- Genderneutraal/Gendervrij taalgebruik
- Inclusief taalgebruik /// Genderlinguïstiek
LHBTI-jongeren /// de lhbtiqa+-gemeenschap: dat staat voor lesbisch, homoseksueel, biseksueel, transgender, intersekse, queer en aseksueel. De + staat voor andere variaties die niet vallen binnen de gebruikelijke definities van 'man' en 'vrouw' of niet heteroseksueel of cisgender zijn.

seksuele geaardheid/oriëntatie/voorkeur
genderidentiteit /// gendergelijkheid
> te gebruiken als adjectief niet als substantief:
cisgender man/vrouw; cis mannen en vrouwen
homo, gay /// non-binaire personen
in transitie zijn; een transitie ondergaan; voor en na de transitie
transgender persoon, trans persoon/man/vrouw (personen die zich niet identificeren met het geslacht dat hun is toegewezen bij de geboorte)
dragqueen, dragking (*travestie-s, *travestiet-en)

*** Voornaamwoorden: hij-hem-zijn/zij-haar-haar > die[/hen]-hen-hun [is/heeft…]
non-binair(en)
= niet-binair(en). ‘Die/Hen is een non-binair persoon’ (non-binaire personen).

*** generieke mannelijke termen voor een groep van gemengd geslacht: *kom op jongens! > kom op mensen!

*** het mannelijk voornaamwoord (hij, zijn, hem) als standaard voor een persoon van onbekend geslacht:

- De arts onderzoekt zijn patiënt
> *Hij/Zij onderzoekt zijn/haar patiënt

- Een burgemeerster moet zijn plicht doen
> Burgemeesters moeten hun plicht doen

- Een directeur moet zijn leerkrachten de kans geven zich bij te scholen
> Een directeur moet de leerkrachten de kans geven zich bij te scholen
> Een directeur moet leerkrachten de kans geven zich bij te scholen
> Als directeur moet je je leerkrachten de kans geven zich bij te scholen
> Directeurs moeten hun leerkrachten de kans geven zich bij te scholen
> [Aan de] leerkrachten moet door de directeur de kans worden gegeven zich bij te scholen

*** beroepen die eindigen op "-man" voor mensen van niet-mannelijk geslacht:
*zeeman > zeevrouw
*zakenman > zakenvrouw/zakenmens
*cameraman > cameravrouw/cameramens
*politieman > politievrouw/politiemensen - politieagenten – politiemedewerkers
*brandweerman > brandweervrouw/brandweerwacht
*ombudsman > ombudsvrouw/ombudspersoon
*timmerman > timmervrouw
*raadsman > raadsvrouw
>>> meervoud: raadslieden, brandweerlieden

*** onnodige markeringen van het geslacht (vrouwelijke uitgangen in -e/-in/-es/-ster/-trice) (hetgeen impliceert dat dit beroep standaard door vrouwen wordt uitgeoefend):
verpleger < *verpleegster > verpleegkundige
kleuterleider < kleuterleidster
*Meester/*juf > (leraar), leerkracht
docent/*docente
bewoner/*bewoonster /// vertaler/*vertaalster
arbeider/*arbeidster /// journalist/*journaliste
directeur/*directrice> directeur
*mijn vriend/*vriendin > mijn partner [lief]

>>> directrice ≠ directeur
secretaresse ≠ secretaris

>>> bij kust, cultuur en sport wel:
actrice, beeldhoudster, schrijfster, tennister, zwemster, zangeres… [dichteres?]

*** Gebruik van het meervoud in plaats van opsplitsing in mannelijk en vrouwelijk:
Beste verkopers (*verkopers en verkoopsters)
Geachte lezers (*lezers en lezeressen, *lezers/ lezeressen, lezer(essen), lezers(-essen))
> Geachte lezerspubliek…
*beste meneer/mevrouw > Beste reizigers/bewoners/leden…

>> neutrale koepeltermen:
*de directeurs > de directie / *de redacteurs > de redactie

Termen die alleen een vrouwelijke variant hebben:
naaister
caissière > Kassabediende, kassamedewerker
voedvrouw > verloskundige
poetsvrouw > poetspersoon

Termen die alleen een mannelijke variant hebben: auteur, burgemeester, veilingmeester, hoogleraar, manager, ambtenaar, minister, notaris, rechter

‘Mi hermana es bombero y mi hermano matrona
.
> Mi hermana es bombera y mi hermano matrón/obstetra

- Sexismo [Wikipedia]: El sexismo es la discriminación basada en el sexo. Las formas extremas de sexismo son la misoginia o la misandria.
.
- [Uso del] lenguaje sexista (= lenguaje sexista)
- [Uso del] lenguaje neutro en cuanto al género
- [Uso del] lenguaje inclusivo /// Lingüística de género
jóvenes LGBTI ///    la comunidad lgbtiqa+: que significa lesbiana, gay, bisexual, transgénero, intersexual, queer y asexual. El + representa otras variantes que no caen dentro de las definiciones habituales de "hombre" y "mujer" o que no son heterosexuales o cisgénero.

orientación/orientación/preferencia sexual
identidad de género /// igualdad de género
> uso preferente con adjetivo no como sustantivo:
hombre/mujer cisgénero; hombres y mujeres cis
homosexual, gay /// personas no binarias
estar en transición; sufrir una transición; antes y después de la transición
persona transgénero, persona/hombre/mujer trans (personas que no se identifican con el sexo que se les asignó al nacer)
dragqueen, dragking (*travesti-s, travestido-s)

*** Pronombres: él-lo/le-su///ella-la/le-su > ese[/le(s)]-le(s)-su [es/tiene…]
no binario(s). “Ese/Le es una persona no binaria” (personas no binarias).

*** términos masculinos genéricos para un grupo mixto: *vamos chicos! > vamos gente!
.

*** el pronombre masculino (él, su, lo/le) como estándar para una persona de género desconocido

- El médico examina a su paciente.
> *Él/Ella examina a su paciente

- Un alcalde debe cumplir con su deber
   > Los alcaldes deben cumplir con su deber

- Un director debe dar a su profesorado la oportunidad de reciclarse
> Un director debe dar al profesorado la oportunidad de reciclarse
> Un director debe dar al profesorado la oportunidad de reciclarse
> Como director, debes dar a tu profesorado la oportunidad de reciclarse
> Los directores deben dar a su profesorado la oportunidad de reciclarse
> Al profesorado se le debe dar (por parte del director) la oportunidad de reciclarse

*** profesiones que terminan en "-man" para personas de género no masculino:
* marino/marinero > marinera
*hombre de negocios > persona (mujer) de negocios
*el cámara/camarógrafo > la camarógrafa
*policía > policía(s), agente(s) de policía
.
*el bombero > la bombera (*la bombero)
[*el/la ombusdman]; el/la defensor(a) del pueblo
*carpintero > carpintera
*consejero > consejera
>>> plural: consejeros, bomberos…

*** marcadores de género innecesarios (terminaciones femeninas en -e/-in/-es/-ster/-trice) (lo que implica que esta profesión por defecto la practican mujeres):
enfermero/enfermera > enfermero/a
maestro de infantil /maestra de infantil
maestro/maestra, *seño > (profesor), docente
profesor/profesora
el residente/la residente /// traductor/traductora
obrero/obrera /// el periodista/la periodista
director/directora > director/a
mi novio/novia > mi pareja

>> director ≠ directora
secretaria ≠ secretario

>> en el arte, cultura y deporte sí se usan:
actriz, escultora, escritora, tenista,
nadadora, cantante… [¿poetisa?]

*** Uso del plural en lugar de desdoblar en masculino y femenino:
Estimados vendedores (*vendedores y vendedoras)
Estimados lectores (*lectores y lectoras, *lectores/ lectoras, lector(as), lectores/as)
> Estimado público lector…
*estimado señor/señora > Queridos/Estimados viajeros/residentes/miembros…

>> términos neutros más amplios:
*los directores > la dirección / *los redactores > la redacción

Términos que solo tienen variante femenina:
modista
cajera > dependiente (de caja)
matrona, comadrona, partera > el /la obstetra
limpiadora > persona de la limpieza

Términos que solo tienen una variante masculina: autor, alcalde, subastador, catedrático, gerente, funcionario, ministro, notario, juez