Wim Sonneveld (1932-1974)

Wim Sonneveld

Willem (Wim) Sonneveld (Utrecht, 28 juni 1917 – Amsterdam, 8 maart 1974) was een Nederlands cabaretier en zanger. Hij wordt beschouwd als een van de 'Grote Drie van het Nederlandse cabaret' van na de Tweede Wereldoorlog, samen met Toon Hermans en Wim Kan.

Willem (Wim) Sonneveld (Utrecht, 28 de junio 1917 – Ámsterdam, 8 de marzo 1974) fue un cabaretista y cantante holandés. Se le considera uno de los 'Tres Grandes del Cabaret Holandés' de después de la Segunda Guerra Mundial, junto con Toon Hermans y Wim Kan.

Wim Sonneveld – Het Dorp (1965)

Thuis heb ik nog een ansichtkaart
waarop een kerk, een kar met paard,
een slagerij: J. van der Ven.
Een kroeg, een juffrouw op de fiets,
het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets,
maar het is waar ik geboren ben.

Dit dorp, ik weet nog hoe het was,
de boerenkind’ren in de klas,
een kar die ratelt op de keien.
Het raadhuis met een pomp ervoor,
een zandweg tussen koren door,
het vee, de boerderijen.

[refrein]
En langs het tuinpad van m’n vader
zag ik de hoge bomen staan.
Ik was een kind en wist niet beter
dan dat ‘t nooit voorbij zou gaan.

Wat leefden ze eenvoudig toen
in simp’le huizen tussen groen
met boerenbloemen en een heg.
Maar blijkbaar leefden ze verkeerd,
het dorp is gemoderniseerd
en nu zijn ze op de goeie weg.

Want ziet, hoe rijk het leven is,
ze zien de televisiequiz
en wonen in betonnen dozen.
Met flink veel glas, dan kun je zien
hoe of het bankstel staat bij Mien
en d’r dressoir met plastic rozen.

De dorpsjeugd klit wat bij elkaar
in minirok en beatle-haar
en joelt wat mee met beat-muziek.
Ik weet wel, het is hun goeie recht,
de nieuwe tijd, net wat u zegt,
maar het maakt me wat melancholiek.

Ik heb hun vaders nog gekend,
ze kochten zoethout voor een cent,
ik zag hun moeders touwtjespringen.
Dat dorp van toen, het is voorbij,
dit is al wat er bleef voor mij:
een ansicht en herinneringen.

Toen ik langs het tuinpad van m’n vader
de hoge bomen nog zag staan.
Ik was een kind, hoe kon ik weten
dat dat voorgoed voorbij zou gaan.

Wim Sonneveld – El pueblo (1965)

 
En casa tengo aún una postal
con una iglesia, un coche de caballo,
una carnicería: J. van de Ven.
Un bar, una señorita en bicicleta,
seguro que no le dice nada
pero es donde he nacido.

Este pueblo, aún recuerdo cómo era,
los hijos de los campesinos en la clase,
un carro que traquetea sobre los adoquines.
El ayuntamiento con una bomba de agua delante,
un carril de arena entre las espigas
el ganado, las granjas.

[estribillo]
Y a lo largo del sendero, en el jardín de mi padre,
veía los altos árboles en pie.
Era solo un niño y pensaba
que aquello jamás acabaría.

Qué sencillos vivían entonces
en casas simples entre árboles
con flores del campo y una valla.
Pero por lo visto vivían equivocados,
el pueblo se ha modernizado
y ahora están en el buen camino.

Porque mirad lo rica que es la vida,
ven el concurso de la tele
y viven en cajas de hormigón.
Con mucho cristal, para poder ver
qué tal queda el sofá en casa de Maruja
y su aparador con rosas de plástico.

Los jóvenes del pueblo se juntan
en minifalda y pelo ‘Beatles’
y chillan acompañando la música Beat.
Ya lo , están en su derecho,
los nuevos tiempos, justo lo que usted dice,
pero me pone un poco melancólico.

Yo aún conocí a sus padres,
compraban paloduz por un céntimo,
y vi a sus madres saltando a la comba.
Ese pueblo de entonces, ha pasado,
y esto es todo lo que quedó para mí:
una postal y los recuerdos.

Cuando a lo largo del sendero, en el jardín de mi padre
veía los altos árboles en pie.
Era solo un niño, como podía saber
que todo eso pasaría para siempre.